Frans, waar gaan we heen? roep ik eind mei door de telefoon als ik mijn vaccinatieafspraken gemaakt heb. Het is bijna zomer en de coronakaart van Europa kleurt steeds geler en groener. De bergen lonken. Het wordt — na mijn tweede prik — een weekje wandelen in de Franse Jura. Omdat het weer kan! Het wordt een mooie tocht door een lieflijk en bloemrijk middelgebergte dat af en toe zijn ruige tandjes laat zien.

Maandagochtend, we worden wakker in de Gros Morond. Een dag eerder vertrokken we in de auto van Frans richting Frankrijk. Wanneer is het eigenlijk zwarte zaterdag? vroegen we ons af toen we eenmaal op weg waren. Het was niet déze dag, zoveel was duidelijk. Het was buitengewoon rustig op de weg en bovendien was het een zondag. Het laatste uur reden we over binnenweggetjes. Opvallend was de hoge waterstand in de rivieren. Het had — in dezelfde week dat Limburg blank kwam te staan — een week lang stevig geregend in de Jura. Het kan geen toeval zijn dat er een eiland voor de Schotse westkust ligt met dezelfde naam 😉. Maar nu was de lucht strakblauw. Een steile klim bracht de zwarte Volkswagen Cross Polo met ons erin snel een stuk omhoog. Daarna glooiden we over een plateau met dichte sparrenbossen en weilanden. Stapels kaarsrechte stammen lagen langs de weg te wachten en in de lucht hing de geur van hooi. We hadden honger, maar alle restaurants leken gesloten te zijn op zondagavond. Een dronken Fransman schoot te hulp. Hij kende een gelegenheid die wel open was, en daar woonde hij toevallig vlakbij. We gaven hem een lift naar Métabief (Métabière volgens de benevelde Fransoos) en parkeerden de auto onderaan de skilift. Na een kaasfondue bij Le Chamois begon de wandeltocht. Steil omhoog ging het, door een klein skigebied. We zijn in het buitenland! riep Frans. Na een klein jaar was dat wel een gedenkwaardige zaak. De middag vóór ons vertrek had Frankrijk de regels voor Nederlanders aangescherpt en daardoor was één van onze coronatesten al niet meer geldig op het moment van inreizen, maar controle ontbrak. Het was gelukt om hier te geraken. We klommen snel. Grote gele gentianen doken op. Bergbloemen! In het bos was het al aardig schemerig. We waren nog niet bovenaan de skihelling of de zon ging prachtig onder. Na een korte afdaling bereikten we de onbemande Gros Morond in het laatste daglicht. Eén andere gast, een jongedame die al twee maanden aan het wandelen was over de GR5, kwam de trap af om haar late medegasten te inspecteren.

Blogout

Source de la coca

Tegen een stevige oostenwind in liepen we terug naar boven, naar de kam. Het pad liep een paar meter van een afgrond. De zuidoostwand was een ware muur van vele tientallen meters hoog, waar we bovenop stonden. Dit was het hoogste punt in de omgeving, de Mont d'Or. Mooie uitzichten! Aan de Franse kant de golvende hoogvlakte, het boerenland waar we de dag ervoor doorheen gereden waren. Aan de Zwitserse kant stonden we hoog boven een soort mini-berglandschap met kleine dorpjes, weilandjes, bosjes en lage bergen. We zagen de loodrechte kalkwand waar we bovenop stonden. Vaag in de nevel, in de verte, de Alpenhoofdkam. Je ging hem pas zien als je het doorhad. Vanuit de afgrond kwam een strakke bries omhoog die de gele gentianten platdrukte, een paar meter verderop lagen koeien in de luwte te herkauwen. De zon scheen en het was een mooie plek. Toch moesten we door, want we waren op zoek naar ons tweede ontbijt. Na de top van de Mont d'Or volgde een afdaling naar de rand van een dicht beukenbos. We tikten de Zwitserse grens aan en liepen via een landbouwgebied naar de Petit Echelle. Het landschap bestond afwisselend uit bos en weiland, vaak vol bloemen. Prachtig! Op het terras van de Echelle, als enige gasten, bestelden we om 11 uur een alternatief Frans ontbijt dat bestond uit zuurdesembrood met keuze uit huisgemaakte geleitjes van lokale planten en bloemen, met uitzicht op Zwitserse bergen. Daarna nog een toetje. We liepen verder door het mooie en tamelijk verlaten boerenland. We kwamen slechts een enkele wandelaar tegen en een paar mountainbikers.

Uitzicht vanaf de Mont d'Or. - BlogoutUitzicht vanaf de Mont d'Or.
We liepen door een klein skigebied bij de top van de Mont d'Or. - BlogoutWe liepen door een klein skigebied bij de top van de Mont d'Or.Tweede ontbijt bij de Petit Echelle. - BlogoutTweede ontbijt bij de Petit Echelle.Turkse lelie. - BlogoutTurkse lelie.
Afdaling van de Mont d'Or met uitzicht richting Zwitserland. - BlogoutAfdaling van de Mont d'Or met uitzicht richting Zwitserland.
Ook een koe wil uitzicht bij het herkauwen. - BlogoutOok een koe wil uitzicht bij het herkauwen.Blogout
Rapunzel. - BlogoutRapunzel.Buizerd. - BlogoutBuizerd.Margrieten. - BlogoutMargrieten.
BlogoutChez Liadet heeft iets met koebellen. - BlogoutChez Liadet heeft iets met koebellen.

Na een lunchpauze aan de rand van een weiland, in de schaduw van beuken, bereikten we een bezienswaardigheid: de source de la Doubs. Een must-see voor de Jurassische toerist, zo bleek. Het was ook wel bijzonder: een fikse bergbeek kwam onderaan een wand uit een grot gekabbeld. Even verderop bereiken we de source de la coca, zoals Frans ons terras doopte. Cola, chips en ijs. Van wandelen krijg je trek. Na een vlak stuk in de brandende zon en een klim in de schaduw belandden we bij Chez Liadet in de slaapzaal, als enige gasten.

Bij de source de la Doubs. - BlogoutBij de source de la Doubs.Rennende koe. In de Jura rennen koeien. - BlogoutRennende koe. In de Jura rennen koeien.

De kunst van het rusten

Om acht uur hadden we ons ontbijt besteld. Dat moet toch te doen zijn als je om half elf gaat slapen. Om kwart voor negen schrok ik wakker. Frans, opstaan! We aten tussen de koebellen die aan het plafond hingen. De eigenaar vertelde dat het geen goed jaar was in de streek. In maart waren de bloesems van de fruitbomen kapot gevroren en nu bleven de toeristen weg wegens corona en omdat het al twee maanden beroerd weer was geweest. We hadden geluk met wederom een stralende dag. Door het bos en het mooie, bloemrijke valleitje van de Cébriot bereikten we na een uur al het terrasje van Chez Chantal in Chaux-Neuve, een klein dorpje. Hebben we verdiend! Tegen lunchtijd vertrokken we weer over een asfaltweggetje met een brandende zon daarboven. Een mooi valleitje volgde, grasland en bosjes. Daarna ging het verder omhoog, het bos in. Brede paden, single tracks, verhard of niet, we kronkelden en glooiden tussen de beuken en de sparren door. Het bos was mooi en langs de rand van het pad bloeiden vele bloemen. Orchideeën, centauries, campanulaatjes, margrieten, rode klaver, grauwe klierstijl. Op het hoogste punt hielden we een lunch/siëstamoment. Een belangrijk onderdeel van de techniek van het langeafstandswandelen is de kunst van het rusten. De onvermijdelijke afdaling voerde ons door het bos naar het boerenland rondom Chapelle-des-bois, waar we sliepen in een hotelletje. Een hoge kalkklif domineert het dorpje. Na aankomst ging ik eerst even op het heerlijke bed liggen rusten.

Op weg naar Chaux-Neuve. - BlogoutOp weg naar Chaux-Neuve.
BlogoutBlogout
Het dalletje van de Cébriot. - BlogoutHet dalletje van de Cébriot.Kleine vos - BlogoutKleine vosDe velden rond Chapelle-des-Bois. - BlogoutDe velden rond Chapelle-des-Bois.
Chapelle-des-Bois wordt gedomineerd door een steile kalkwand. - BlogoutChapelle-des-Bois wordt gedomineerd door een steile kalkwand.In de fromagerie van Chapelle-des-Bois. - BlogoutIn de fromagerie van Chapelle-des-Bois.
Distel. - BlogoutDistel.BlogoutIn Chapelle-des-Bois. - BlogoutIn Chapelle-des-Bois.

Hoge bomen vangen géén wind

De zon scheen weer flink, de schoenen werden vochtig van het gras dat langs ze streek aan het begin van de klim het dorp uit. We liepen door een bloemenparadijsje, prachtig! Moerasspirea, gele monnikskap, bergknautia. Koebellen klingelden, dazen aasden op onze kuiten. Het ging steil omhoog door een sparrenbos. Wortels kronkelden over het pad, witte kalkbrokken staken uit de bodem. We haarspeldden onder een wand door en belandden bovenop de steile kalkkliffen met uitzicht op Chapelle en de wijde omgeving. Op hoogte liepen we langs een aantal uitzichtpunten. Regelmatig liepen dagwandelaars ons tegemoet. Het was een populair stukkie. Hierna liepen we het grote bos in, eerst over smalle paadjes, later over bredere boswegen. De weg was verhard, kilometers lang. Hoge sparren links en rechts van ons. Zo stampten we door. De bloemen in de berm waren mooi, maar er leek geen einde te komen aan het bos. Het hielp ook niet dat de zon vol op onze bolletjes scheen en er geen zuchtje wind stond. Tijdens de lunchpauze aten we de morbier die Frans in de fromagerie van Chapelle-des-bois had aangeschaft. Smeuïge schimmel, toch een hoogtepuntje op dit saaie deel van de route. Uiteindelijk belandden we op een alternatief terras met uitzicht op het dorp Les Rousses achter een alternatief colaatje. Even later, na een afdaling naar het plaatsje, opnieuw een terras. De cola was coca dit keer en het uitzicht was op een immer pratende jongedame en haar verveelde vriend. Een prachtig stuk volgde over smalle paden door een dalletje, langs een helling met bronnetjes en een ruisende beek eronder. Bij gîte d'étape La Grenotte eindigden we de dag in een tente trappeur, een tenthuisje. De gîte zelf was volgeboekt. Met dertig man zaten we aan twee lange tafels het diner te gebruiken alsof er geen corona bestond. Rare jongens, die Fransen.

Een steile klim Chapelle uit. - BlogoutEen steile klim Chapelle uit.Blogout
Op het balkon boven Chapelle-des-Bois. - BlogoutOp het balkon boven Chapelle-des-Bois.Bijenkasten in de omgeving van La Grenotte. - BlogoutBijenkasten in de omgeving van La Grenotte.
BlogoutDe omgeving van La Grenotte. - BlogoutDe omgeving van La Grenotte.Het tenthuisje bij La Grenotte. - BlogoutHet tenthuisje bij La Grenotte.

Massamoord

De lange ontbijttafel was al gedekt voor dertig man om half acht. Hoe laat is het ontbijt? vroeg ik aan de huttenwaardin. A huite heure, mais c'est prêt. Dit was onze kans om de dag zonder een massa Fransen te beginnen! Helaas, toen we goed en wel de koffie in de enorme ontbijtkommen geschonken hadden, kwamen ze binnendruppelen en schoven ze — Bonjour! — tot onze verbazing netjes aan bij ons, ongeveer anderhalve centimeter afstand houdend. Zouden ze denken dat je na twee kaasfonduetjes beschermd bent tegen het virus? vroeg Frans zich af. Zouden ze denken dat je na twee kaasfonduetjes beschermd bent tegen het virus?Even na ons vertrek ruilden we de GR5 in voor de 9. Het pad ging steil omhoog door een sparrenbos. Het was wederom een mooiweerdag en er stond geen zuchtje wind, het was zweten. We bereikten een punt met mooi uitzicht over het dal van Les Rousses en de Zwitserse bergen aan de overkant van het dal. We liepen weer kilometers door het bos, maar vandaag was het pad goeddeels smal en onverhard. Dat scheelt! Het bos droeg de gezellige naam Forêt de la Massacre. Hier moet wat gruwelijks gebeurd zijn. Bij chalet de la Frasse aten we traditionele kost, plakjes kaas en/of vlees. In dit land is een chalet tenminste écht een chalet, en niet een plastic verblijf op een vakantiepark, bromt Frans. Rondom het pad waren veel bloemenweides. We passeerden een uitgestrekt grasland met een kudde rondtrekkende koeien, die uiteraard precies op ons pad besloten te blijven staan. Na een afdaling deden we zaken bij de Sherpa in Mijoux en na een schaduwrijk terras op het warmst van de dag waagden we ons aan een fikse klim over een skihelling naar een groot, houten wintersporthotel, Couronne. In de enorme, sfeervol ingerichte eetzaal waren wij die avond de enige gasten. We aten Zwitserse kaasfondue met uitzicht op de witbesneeuwde top van de Mont Blanc, 90 km verderop. Jullie hebben geluk, zei serveerster Julie vanachter haar mondkapje, soms zie je hem een week lang niet.

BlogoutOp het terras van Chalet de la Frasse. - BlogoutOp het terras van Chalet de la Frasse.Groot sterrenscherm. - BlogoutGroot sterrenscherm.
BlogoutKoeienliefde. - BlogoutKoeienliefde.
Afdaling naar Mijoux. - BlogoutAfdaling naar Mijoux.
De kerktoren van Mijoux. - BlogoutDe kerktoren van Mijoux.De lege eetzaal van hotel Couronne. - BlogoutDe lege eetzaal van hotel Couronne.
Zeldzaam zicht op de Mont Blanc vanuit hotel Couronne. - BlogoutZeldzaam zicht op de Mont Blanc vanuit hotel Couronne.
BlogoutWilde tijm. - BlogoutWilde tijm.

Tandenpoetsen met bier

Kommen sie aus Holland? vraagt één van de krasse knarren met een Zwitserduits accent. We staan op de eerste top van de dag. De Mont Blanc is in de nevel verdwenen. We zijn door bos en weide naar boven gelopen en staan nu bovenop een grijze rotswand die steil afloopt aan de Zwitserse kant. We kijken uit over het Rhônedal, het Meer van Genève, de gelijknamige stad en de eerste bergrug van de Alpen. De Zwitsers zijn van plan naar een van de onbemande hutten door te lopen. De waterpomp is daar kapot, maar we hebben bier en wijn in de rugzak. Vanavond poetsen we onze tanden met bier! 😉 We volgen een leuk bergpaadje vlak langs de rand van het golvende bergplateau, boven de boomgrens. Aan de ene kant heiig uitzicht, aan de andere kant Alpenweides — OK Juraweides. In de lucht hangt wat cirrus, het is vrijwel windstil. Sssjjjjjwtt, een zwaluw suist voorbij. Op de Colomby de Gex lunchpauzeren we aan de zuidoostelijke kant van de top, waar wat wind staat. Er zijn wat hooggebergte-elementen in het landschap gekomen: schapen, een gems, alpenasters, roze anjers. Bij zo'n berglandschap hoort een bergwandellunch: hartkeks. Na de lunch golft het pad verder door Juraweides, vlak langs de hoogste kam. Aan de rand van een bos achter een skigebiedje troffen we onze berghut La Loge aan het eind van de kortste wandeldag tot nu toe. De huttenhond kon zelfstandig de personeelsingang openen door de klink naar beneden te duwen, maar een stok apporteren ging zijn capaciteiten te boven. Colline van acht was met haar grootouders een paar dagen aan het wandelen en ging voor het eerst overnachten in een berghut. Ze praatte honderduit in het Frans en dat we er nauwelijks iets van begrepen, deerde haar niet. We werden amis de la montagne en kregen menig knuffel.

Afdruk van een ammoniet uit het Krijt-tijdperk. - BlogoutAfdruk van een ammoniet uit het Krijt-tijdperk.Op weg naar de Colomby de Gex. - BlogoutOp weg naar de Colomby de Gex.
Alpenaster. - BlogoutAlpenaster.Lunch met hartkeks en morbier op de Colomby de Gex. - BlogoutLunch met hartkeks en morbier op de Colomby de Gex.Blogout
Schapenboerderij op de flanken van de Mont Rond. - BlogoutSchapenboerderij op de flanken van de Mont Rond.Het skistation op de Mont Rond. - BlogoutHet skistation op de Mont Rond.
Uitzicht vanaf de Mont Rond richting het Meer van Genève en de Alpen. - BlogoutUitzicht vanaf de Mont Rond richting het Meer van Genève en de Alpen.
Terugblik richting Mont Rond vanaf de Colomby de Gex. - BlogoutTerugblik richting Mont Rond vanaf de Colomby de Gex.Interieur van refuge de la Loge. - BlogoutInterieur van refuge de la Loge.
BlogoutKluwenklokje. - BlogoutKluwenklokje.Blogout

Verborgen wereld

Heel vroeg in de ochtend hoorde ik donderklappen door de open deur van de slaapzaal en begon het even te regenen. Tijdens het ontbijt flitste het in de verte. Dat was niet de bedoeling — niet vandaag met een graatwandeling op het programma door open terrein. We bekeken de verslechterde weersvoorspelling en de kaart. We besloten om het mooie plan door te zetten en als nodig de tocht te beëindigen. Een mooie klim door een halfopen bos, we gaven Colline nog een high five en bereikten de kam met uitzicht naar twee kanten. Aan de Franse kant gingen de lagere, beboste kammen en dalen schuil achter een grijsblauwe nevel. Een verborgen wereld.

Blogout

Aan de Zwitserse kant schijnt de zon, zien we blauwe lucht en ook wolken. Het lijkt mee te vallen met het slechte weer en we gaan de kam op. Al snel bereiken we het topplateau van de Crêt de la Neige. Het is prachtig hier op het hoogste punt van de Jura, een woest karstlandschap met kloven en rotspartijen begroeid met bonsai-achtige grove dennen. Een kruip-door-sluip-door paadje leidt ons door deze verborgen wereld. Een gems loopt onder ons langs. We delen deze plek met enkele Fransen, die ons tegemoet komen. Op de volgende top, Le Reculet, één metertje lager slechts, is het druk. Verschillende groepen Fransozen pauzeren op de top. Na een korte pauze dalen we af en laten de wandelaars achter ons. De eenzame tocht over de graat is prachtig. Het pad slingert niet ver van de afgrond, die soms aan de noordelijke, dan weer aan de zuidelijke kant zit. Af en toe vallen een paar verdwaalde druppels. Het gaat flink op en neer. Dan komt Le Gralet in beeld, een onbemande hut waar we een lunchpauze houden in de zon. Dit is ook het punt waar het pad het bos in duikt. We zijn weer veilig voor eventueel onweer, maar geen klachten over het weer. De boswandeling die volgt is prachtig. Een smal pad slingert langs dikke sparren en dicht op elkaar gegroeide beuken. Grote witte keien zijn bedekt met mos. Het is windstil, zweterig weer. Eerder dan verwacht komen we op een open plek met La Poutouille, de onbemande hut waar we gaan overnachten. De waterpomp is buiten werking. Met zijn tweeën scheppen we met een gieter water uit de cisterne, die gelukkig goed gevuld is. We rollen onze slaapzakken uit. In de lucht klinkt het gerommel van onweer. Jente en Carsten, een jong Vlaams stel uit Gent, komen aangelopen. Ze zetten de tent op voor de hut, we eten gezellig met zijn vieren. Adventure Food, dat wel. Een dikke mist komt opzetten en de regen barst los.

Uitzicht over het Rhônedal. - BlogoutUitzicht over het Rhônedal.Doline op de Crêt de la Neige. - BlogoutDoline op de Crêt de la Neige.
Uitzicht op de poort tussen Bellegarde en Collonges, waar de Rhône door de Jura heen breekt. - BlogoutUitzicht op de poort tussen Bellegarde en Collonges, waar de Rhône door de Jura heen breekt.
Kloof op het topplateau van de Crêt de la Neige. - BlogoutKloof op het topplateau van de Crêt de la Neige.Gems. - BlogoutGems.
Uitzicht op het Meer van Genève en de Alpen. - BlogoutUitzicht op het Meer van Genève en de Alpen.
Le Reculet vanaf de Crêt de la Neige. - BlogoutLe Reculet vanaf de Crêt de la Neige.BlogoutOp Le Reculet. - BlogoutOp Le Reculet.
Frans op de top van de Crêt de la Neige. - BlogoutFrans op de top van de Crêt de la Neige.
Het pad slingert niet ver van de afgrond. - BlogoutHet pad slingert niet ver van de afgrond.Blogout
BlogoutBlogoutDicht op elkaar staande beuken in het bos tussen Le Gralet en La Poutouille. - BlogoutDicht op elkaar staande beuken in het bos tussen Le Gralet en La Poutouille.
BlogoutDe kachel van Le Gralet. - BlogoutDe kachel van Le Gralet.
BlogoutDe keuken van Le Gralet. - BlogoutDe keuken van Le Gralet.Muurpeper. - BlogoutMuurpeper.
We naderen Le Gralet, een onbemande hut. - BlogoutWe naderen Le Gralet, een onbemande hut.
De onbemande hut La Poutouille. - BlogoutDe onbemande hut La Poutouille.Dichte mist rondom La Poutouille. - BlogoutDichte mist rondom La Poutouille.
Beuken-sparrenwoud tussen Le Gralet en La Poutouille. - BlogoutBeuken-sparrenwoud tussen Le Gralet en La Poutouille.

Jungle van de Valserine

Een onrustige nacht volgt. Buien worden afgewisseld met stortbuien. Het roffelt lekker op het metalen dak, maar we liggen droog. De deur staat open voor wat frisse lucht. Door een snoeiharde onweerskrak word ik wakker en twee seconden later staan de Belgen op de stoep. Ze komen 's nachts een paar keer langs, als het onweer direct boven ons hoofd hangt. Het lijkt weer droog te zijn geworden en de laatste wandeldag begint. De afdaling naar het gehucht Menthières is steil. Natte boomwortels, natte stenen, natte klei. In het plaatsje is een festival gaande. De avond tevoren bracht een windvlaag ons soms al een verre doenk-doenk-doenk. Op het terras van het Centre Sportif Montagnard ontmoeten we onze Vlaamse vrienden weer. We zijn zo'n beetje de enigen die geen joint opsteken bij de ochtendkoffie. We dalen verder af door veld en bos. Het is weer windstil, dus klam. We naderen de bewoonde wereld, de paden worden breder. Alles in het dorp Confort is dicht, dat biedt dus geen comfort. Je zou verwachten dat dit verhaal eindigt met een lange, warme mars naar Bellegarde langs steeds drukker wordende wegen, en dat we blij zijn als we er zijn. Maar nee, lees door!

La Poutouille met de Mont Blanc op de achtergrond. - BlogoutLa Poutouille met de Mont Blanc op de achtergrond.Steile afdaling naar Menthières. - BlogoutSteile afdaling naar Menthières.
Huis in het dorp Confort. - BlogoutHuis in het dorp Confort.Water tappen in Confort. - BlogoutWater tappen in Confort.

We dalen steil af naar de rivier Valserine door een weelderig bos. De eerste aanwijzing dat er iets bijzonders te beleven valt, zijn enkele dagjesmensen. Daar stroomt de rivier, diep en blauwgroen. Een fikse bergbeek, het water bijna een spiegel. Aan de overkant een steile wand, onder onze schoenzolen glibberige kalkstenen. De stammen van de beuken langs de Valserine zijn bedekt met een dikke laag mos. Het is koel in deze jungle langs het water. Kleine stroompjes storten zich boven en onder ons in de rivier, soms als metershoge watervallen. Oud kalksteenmetselwerk wordt afgewisseld met moderne, ranke, stalen constructies. Trappen, een loopbrug langs de wand waar geen pad is, een brug op hoogte over het water. Kalkrotsen zijn bedekt met mos, varens en lange slierten klimop. We lopen langs metersbrede overhangen en moeten soms wat bukken als het pad eronderdoor gaat. De kalme rivier verandert soms in een bruisende, snelle stroom. Overhangende bomen vormen een groen dak boven ons. We komen slechts een paar mensen tegen, wat het gevoel versterkt in een jungle terecht gekomen te zijn. Een laatste trap omhoog en we staan in het warme Bellegarde-sur-Valserine. Op naar het station, waar de terugreis begint.

Met mos bedekte boomstammen aan de oever van de Valserine. - BlogoutMet mos bedekte boomstammen aan de oever van de Valserine.
BlogoutBlogout
De Valserine. - BlogoutDe Valserine.
Brug over de Valserine. - BlogoutBrug over de Valserine.De samenvloeing van de Valserine en de Rhône in Bellegarde-sur-Valserine. - BlogoutDe samenvloeing van de Valserine en de Rhône in Bellegarde-sur-Valserine.
Blogout

Het gebied en de tocht

De Jura is een kalksteengebergte in het oosten van Frankrijk en (voor een klein deel) in Zwitserland. De hoogste top is de Crêt de la Neige (1718m). Het berggebied wordt gevormd door een aantal zuidwest-noordoost-georiënteerde, evenwijdige bergketens en wordt van de Alpen gescheiden door een smalle hoogvlakte. De Jura is veel ouder dan de Alpen en dat is aan het gebergte te zien. De bergruggen zijn redelijk vlak, de wanden kunnen steil zijn. Veel van de lagere delen van de Jura wordt bedekt met uitgestrekte bossen. Het klimaat is voor Franse begrippen vochtig en koel. De winters kunnen streng zijn.

Frans had een zevendaagse wandeltocht uitgestippeld (plus een korte aanloop 's avonds) over de langeafstandswandelroutes GR5 en GR9/GTJ (Grande Traversée du Jura). Startpunt was wintersportdorp Métabief, eindpunt was Bellegarde-sur-Valserine. Per trein en taxi (via Zwitserland) zijn we vanaf het eindpunt terug naar de auto gereisd. Deze tocht gaf een mooie indruk van het gebied en liep deels over de hoogste, meest spectaculaire bergkam, onderdeel van het natuurpark Haut-Jura. We liepen zo'n 5-6 uur per dag. Er is een ruime keuze aan overnachtingsmogelijkheden in de Jura. Onze slaapplekken varieerden van hotels tot een zeer eenvoudige, onbemande berghut. Er waren bijna elke dag wel terrasjes en onderweg konden we in enkele dorpjes inkopen doen.

Blogout