Blogout gaat met Frans naar de Pyreneeën. We pakken de hoogst beloopbare pasjes op de Haute Randonnée Pyrénnéenne. Het wordt een tocht die kan worden ingelijst! De HRP blijkt een bijzondere route, die je soms het leven zuur maakt, maar die smaakt naar meer. Prachtige uitzichten waar je hard voor moet werken. Woeste bergen. Wilde natuur. Heerlijk wandelweer. Grensverleggend. Gezellig. Inspirerend. Lees mee!

De reis begint eigenlijk al in Utrecht, op de stoep bij Dap. Ze geeft advies over de mooiste wandelroute naar het station. Na ons afscheid loop ik mijn eerste mooie meters over een smal gravelpaadje door een ruig reepje groen langs de gracht. Ik stuiter, wat een koffie kan die vrouw brouwen! Later razen we met de TGV zuidwaarts, inmiddels met zijn tweeën. Wat een treinen kunnen die Fransen bouwen! De reis gaat verbazingwekkend vlekkeloos, tot we de volgende ochtend in de laatste kms erachter komen dat de minibus niet meer rijdt. Einde seizoen. Dus auto-stop. De duim gaat de lucht in en ik straal levenslust uit. Ik word extra enthousiast als een autootje met twee Françaises erin aan komt rijden. Ze stoppen 😃.
Ik trakteer op koffie en taart, zegt Frans, want het is mijn verjaardag. Vergeten 😟. Deze kan worden bijgeschreven in het illustere lijstje vader, moeder, en vele anderen. Ik ben al vergeten wiens verjaardag ik allemaal ben vergeten.
We gaan een hekje door en zien een bord dat ons vertelt dat we pastoraal gebied betreden. Er is een plaatje afgebeeld van een vriendelijke witte hond met een aaibare naam: het is de gevreesde patou. We zullen deze schrik van de wandelaar later in de tocht nog treffen.
Voor nu wandelen we zigzaggend door een zilversparrenbos omhoog. Er staan dikke, oude exemplaren tussen. De helling is steil, maar het pad is mooi aangelegd. Er bloeit wat heide. We gaan een kloof in, hoog boven een ruisende beek, over een in de jaren 1890 in de rotswand uitgehakt pad, op hoogte. Schitterend begin. Populair stukje ook. De hut Soula komt al snel in zicht, pal naast een waterkrachtcentrale. Een spoorlijntje, hijskraan, kabelbaan, buizenstelsel. Niet mooi, wel bijzonder.

De kloof van de Neste. - BlogoutDe kloof van de Neste.De hut *Soula*. - BlogoutDe hut Soula.
Muurhagedis. - BlogoutMuurhagedis.Bloeiende struikheide. - BlogoutBloeiende struikheide.

BLOKKEN EN GLETSJERS

Om zeven uur ontbijt en om kwart voor acht vertrek. Het dal ligt nog in de schaduw. Vanaf vandaag gaan we de HRP volgen en het is gelijk één van de pittigste dagen van die route. Het gaat omhoog, zigzaggend, nog steeds over een mooi aangelegd pad. Bloeiende heide, jeneverbessen, af en toe een den. Maar het is niet bepaald de Veluwe hier. De opkomende zon belicht een verre rotsreus. Een riviertje rolt uit een spelonk. Als we het stuwmeer Caillaouas bereiken, piept de zon over de bergkam. De lucht is strakblauw, het is niet te warm.

Het pad tussen de *Soula* en het stuwmeer *Caillaouas*. - BlogoutHet pad tussen de Soula en het stuwmeer Caillaouas.Blogout
Richting *Caillaouas*. - BlogoutRichting Caillaouas.
Het stuwmeer *Caillaouas*. - BlogoutHet stuwmeer Caillaouas.Omgeving van het stuwmeer *Caillaouas*. - BlogoutOmgeving van het stuwmeer Caillaouas.

Nu beginnen de hoge bergen echt. Het pad verandert van karakter. Smal, stenig, klimmen, dalen, lucht onder me. Ik zoek een handgreepje voor een paar flinke stappen omlaag. Het is even wennen. Alles lijkt schuiner dan het is. Ik voel me onhandig. Niet naar de berg hangen. Rustig aan. Mijn rode bloedlichaampjes zitten nog in de Nederlandse modus, dus de motor moet vandaag in de eerste versnelling. Ik zoek naar een rustige, diepe ademhaling. Ik speel met zwaartepunt en wrijving. Mijn enkels draaien en kantelen vlak voor het neerzetten van de voeten. Hé, dat gaat al op de automatische piloot. De vaardigheden komen weer snel naar boven. Letterlijk.

Klim vanaf het *Lac des Isclots*. - BlogoutKlim vanaf het Lac des Isclots.

We bereiken een dalletje. Hier beginnen de blokken. Grote stenen, kleine stenen, reusachtige stenen. We volgen de steenmannetjes. Meer is er niet om ons de weg te wijzen door het ruwe, ongebaande terrein. Blokkenvelden zijn één van de gruwelijkste wandelondergronden. En er zijn er veel van vandaag. Het is opletten bij elke stap door dit driedimensionale landschap met scherpe randen, diepe gaten en stenen die wel of niet gaan wiebelen. Na elke paar stappen stop ik om een taktische weg door de blokken te zoeken. Bij het volgende steenmannetje oriënteer ik me op de richting. Meestal loopt Frans voorop en kan ik deze levende GPS volgen en me concentreren op de beweging. Het is balanceren en als het echt lastig dreigt te worden, moeten de stokken worden opgeborgen. En het moet rustig aan.

Blogout

Zo is onze tweede wandeldag al gelijk een confrontatie met het hooggebergte. Het kan de bergen niets schelen. Het heeft geen zin voor mij om me te verzetten tegen de eindeloze blokken. Ze zijn er gewoon. Deze lange dag zal stapje voor stapje moeten worden afgelegd en elke stap moet goed zijn. Het heeft geen zin om moe te worden en te wensen dat ik al bij de hut was. Beter is het rustig aan te doen, op tijd te pauzeren en te eten. Genoeg te drinken en mijn watervoorraad op een handige plek aan te vullen. En zo te kunnen blijven genieten van het landschap en de dingen onderweg.
De ruigheid neemt verder toe. We lopen langs een kleine gletsjertong, grotendeels verstopt onder blokken. Het terrein is instabiel. Een stapje omhoog, een halve stap terug. Het is omhoog waden door het puin. Er groeien geen korstmossen op de stenen. Er staat geen enkel plantje. Er vliegen geen insecten rond, er kruipen geen spinnen. Het is een levenloze bende. Vlak onder de stenen zien we een ijsmassa. We lopen over een gletsjer! Wat bijzonder. Het ijs ligt soms bloot. Kleine stroompjes banen zich er een weg overheen.

Blogout

We bereiken de brede col Gourgs-Blancs. Even wat stabieler grond. Voor ons blokken, achter ons blokken. Hoge bergpieken waar ijs aan plakt. We lunchen en kijken Blokkenveld TV. Steeds is er gerommel en zien we steenslag naar beneden komen. Het is een spektakel.

Lunchpauze op de *Col des Gourgs-Blancs*. - BlogoutLunchpauze op de Col des Gourgs-Blancs.Alpenmargriet. - BlogoutAlpenmargriet.
Uitzicht vanaf de *Col des Gourgs-Blancs*. - BlogoutUitzicht vanaf de Col des Gourgs-Blancs.

Een gruwelijk steil stukje afdalen door het gruis. Wandelen is geen optie. Gecontroleerd schuiven dan maar. We belanden op een grote puinvlakte met gletsjerijs eronder. We lopen langs een spleet, gevuld met puin. We klimmen naar de Pluviomètre, de laatste hoge col van de dag en we pauzeren tussen zwarte, oranje, roestbruine en lichtgrijze stenen. Het is een eigenaardig palet. We beginnen de afdaling naar de hut door een doolhof van enorme blokken en rotsplaten. We menen er snel te zullen zijn, maar het valt tegen. Het is voortdurend puzzelen naar de beste doorgang en afstapjes. Het blijft opletten bij elke stap. Ik merk dat ik moe wordt, mijn lijf gaat soms niet meer precies de kant op die ik wil. Maar we zijn er bijna. Behoedzaam lopend bereiken we de Portillon, bij het gelijknamige stuwmeer. Wat een dag in de bergen!

Op naar de *Col du Pluviomètre*, met op de achtergrond de *Col Inférieur de Literole*. - BlogoutOp naar de Col du Pluviomètre, met op de achtergrond de Col Inférieur de Literole.Blogout
De route loopt langs een gletsjerspleet. - BlogoutDe route loopt langs een gletsjerspleet.
Lastige afdaling naar de hut *Portillon*. - BlogoutLastige afdaling naar de hut Portillon.Gletsjerijs onder de blokken. - BlogoutGletsjerijs onder de blokken.Afdaling naar de *Portillon*. - BlogoutAfdaling naar de Portillon.
Klim naar de *Col du Pluviomètre* met op de achtergrond de *Gourgs-Blancs*. - BlogoutKlim naar de Col du Pluviomètre met op de achtergrond de Gourgs-Blancs.

VAN GLETSJER NAAR OERWOUD

Vanuit de hut lopen we de stuwdam over. De dag begint tenminste vlak, roep ik. Al gauw hangen we weer in greepjes en staan we op richeltjes op luchtige plekken boven het meer. Poe. Maar het meest gedenkwaardige moment aan het begin van de dag was bij het ontbijt. We gingen aan tafel zitten bij een Spaanse vrouw met een sinaasappel voor zich op tafel. Misschien is het een code die we niet kennen, ze raakte de sinaasappel niet aan, maar ze begon steeds harder te hoesten en te proesten. We doopten haar Bacilla. Frans hield het niet langer uit en vluchtte weg, op zoek naar virusvrije lucht 😬.

Ochtendstemming bij het stuwmeer *Portillon*. - BlogoutOchtendstemming bij het stuwmeer Portillon.Op naar de *Col Inférieur de Literole* over blokken en ijs. - BlogoutOp naar de Col Inférieur de Literole over blokken en ijs.

Een klim door het puin volgt. Achter ons het cirque waardoor we de vorige dag waren afgedaald naar de hut. Her en der kleine gletsjers. De zon verlicht de bergtoppen, die worden weerspiegeld in het meer. Vóór ons de col Inférieur de Literole. We passeren een bevroren sneeuwveld. De ijskristallen kraken onder mijn zolen. Ik spring over wat kleine stroompjes op het ijs. Met een harde krak zet het ijs zich als Frans hetzelfde doet. Hierna steil omhoog door het puin met daartussen hard bevroren ijs. Kleine gruisdeeltjes fungeren als natuurlijk stijgijzer op deze gletsjer.

Blogout

We pauzeren op de zeer luchtige col en bezien het indrukwekkende hooggebergtelandschap vóór en achter ons. Even zijn we de hoogste wandelaars op de HRP op 2983m. Wat is er eigenlijk inférieur aan de Inférieur Literole?

Blogout

We zoeken de minst onhandige plek om af te dalen. Daar ga ik Spanje in over een steile helling met los gravel op stoffige rots. Gelukkig zijn er veel greepjes. Gewoon doen. Alleen over praktische zaken denken nu. Ik leg de eerste meters goeddeels zittend af en trap het een en ander los. Nog een beetje schuiven door het gravel, en als ik uit de stortkoker ben, komt ook Frans. Verder omlaag door een steile puinbak. We zoeken onze weg door een hooggelegen dal gevuld met blokken en een paar meertjes. Steenmannetjes ontbreken bijna volledig hier. Frans hoogt een bestaand exemplaar op, dat weer instort. Net jenga, mompelt hij. Hij bouwt nieuwe op strategische plekken. Botmannetjes, doop ik ze, naar zijn achternaam.

Afdaling van de *Col Inférieur de Literole*. - BlogoutAfdaling van de Col Inférieur de Literole.
Het meer *Ibon Blanco de Literola*. - BlogoutHet meer Ibon Blanco de Literola.Frans bouwt een steenmannetje. - BlogoutFrans bouwt een steenmannetje.

We belanden op een onoverzichtelijke helling. Hoe loopt de route precies? Ik pak de GPS erbij. We dalen af, terwijl we denken te moeten stijgen. Door een woest, smal blokkendal gaan we naar een punt met veel uitzicht. We zijn de brede pas ongemerkt al gepasseerd en kunnen ons weer eenvoudig oriënteren. Om ons heen loodrechte wanden, ruig getand. We staan bovenaan een cirque op een enorme puinoppervlakte. Daar loopt de eerste Spanjaard, ¡hola!
Het makkelijkst lopen grote granieten rotsplaten, in vroeger tijden door gletsjers gladgeslepen. Op één van deze platen houden we lunchpauze. De lucht is al dagen strakblauw en we liggen in de zon. Deze reis is de meest onhandige manier om bruin te worden, merk ik op 😎.

Afdaling van de *Portal de Remuñe*. - BlogoutAfdaling van de Portal de Remuñe.Door de blokken omlaag het *Circo de Remuñe* in. - BlogoutDoor de blokken omlaag het Circo de Remuñe in.

Omlaag gaat de route door de blokkenbende, en we bereiken de dalbodem. Er verschijnt gras tussen de stenen. Veel gras. Overal steile, hoge bergwanden. Vanaf enige hoogte kijken we uit over een kleine delta die rustig kabbelt. Het dal vernauwt zich en wijzelf en de beek moeten door een spelonk omlaag. Het pad lijkt op te houden, we binden de stokken op. Via greepjes en richeltjes zetten we spannende stappen hoog boven de beek. Vijf trailrunnende Spanjaarden snellen ons moeiteloos voorbij. ¡Hola, hola, hola, hola, hola!

Blogout

Het dal verbreedt zich en wordt groener. De eerste bomen duiken op. Het is prachtig, na anderhalve dag tussen sneeuw en rots. Het is veel warmer hier beneden. Ook de lucht is weer lekker dik. We pauzeren in het gras bij een beekje. Ik ga een siësta doen, kondigt Frans aan. We zijn daarvoor in het juiste land. Even later ziet hij ze vliegen: vale gieren. Enorme vogels glijden schijnbaar moeiteloos hoog door de lucht.

De kloof van de *Arroyo de Remuñe*. - BlogoutDe kloof van de Arroyo de Remuñe.Blogout
BlogoutVale gier. - BlogoutVale gier.

Maar we zijn er nog niet. Wat kun je lang afdalen als je van bijna 3000 meter komt. We lopen langs de bovenrand van een kloof. We bereiken het bos. Het is prachtig, open. Dennen en een verdwaalde lijsterbes. Daaronder bosbes, heide en jeneverbes. Een oerwoud. Afgeronde granietmassa's tussen de bomen zijn bijna volledig met korstmos bedekt. Vele kleine beekjes spoelen door het bos. Hoge bergpieken daarachter. Hagedissen schieten weg. Het pad kronkelt tussen boomwortels door. Tegen zessen bereiken we Hospital De Benasque, een berghotel in de natuur. Ruim op tijd, want de eerste dineroptie is pas om half negen. Mensen op het terras, soms met mondkapjes. Ter compensatie van types als Bacilla.
Ik plaats een bestelling: Birra non alcoholica! ¡Cerveza sin alcohol! wordt er teruggeroepen vanuit het loket. Oeps, verkeerde taal. En nog een coca cola! ¡Pepsi! is de reactie. Caramba! 😬

BlogoutBlogoutBlogoutBlogoutBlogout

ATSJE ERRE PEE

De wekker loeit om kwart over zes. Dit is te vroeg, moppert Frans. Klopt. Maar even later zitten we aan het ontbijt, als enigen in een grote zaal. Een personeelslid komt langs en maakt duidelijk dat het toch echt de bedoeling is dat we ons mondkapje op doen als we koffie gaan pakken. Bij een herdershut ligt een flinke kudde schapen te rusten en hieruit maakt zich een fel blaffende patou los die achter ons aan stormt. Tyfusbeest!Om zeven uur zetten we onze eerste stappen. Het is al licht aan het worden. Er komt slecht weer aan, en de Mulleres, de meest beruchte col van de hele HRP staat nog op het programma. Daarom slaan we een hut over en gaan er vandaag al voor.
Marmottengefluit begeleidt onze eerste meters. We hobbelen heerlijk door het prachtige dal. Boven ons de top en de gletsjer van de Aneto, met 3404m de alfa-Pyrenee. We gaan door een bos dat een voortzetting is van dat van gisteren. Marmotten hobbezakken weg van ons. Frans, de Marmottenmeister, fluit luid op zijn vingers als dat niet snel genoeg gaat. De opkomende zon kleurt de hoge bergkammen. Een mistlaagje hangt in het dal. Bij een herdershut ligt een flinke kudde schapen te rusten en hieruit maakt zich een fel blaffende patou los die achter ons aan stormt. Tyfusbeest! Rustig doorlopen, niet omkijken. De boze patou lijkt te blijven staan. Ai, toch omgekeken, en het beest stormt weer grommend op ons af. Uiteindelijk zet de herder een punt achter dit pastorale tafereeltje. We zijn definitief wakker 😬.

Op het *Plan d'Abaixo* worden toppen van het *Maladeta*-massief weerspiegeld in het water. - BlogoutOp het Plan d'Abaixo worden toppen van het Maladeta-massief weerspiegeld in het water.
Op het *Plan d'Abaixo*. - BlogoutOp het Plan d'Abaixo.Een grote schaapskudde op het *Plan d'Abaixo*. - BlogoutEen grote schaapskudde op het Plan d'Abaixo.

In een kloof verdwijnt een flinke bergbeek onder onze voeten in een gat in de bodem. Het gekletter van een waterval. De ochtendzon op de bergen. We doorkruisen een grote grasvlakte waar een rivier doorheen meandert. Voor het eerst deze dag klimmen we flink, over een rotsig trapje een kloof uit. Het ruikt naar schaap. We belanden op een nieuwe etage, weer een grote grasvlakte. Via een paar meertjes komen we aan het begin van een grote klim. We zien een brede rotsmassa boven ons. Een Fransoos en een Française komen omlaag. Assj Er Pee? vraagt de Française. Oui, HRP!

*Tuca d'Aiguallut* in de ochtendzon. - BlogoutTuca d'Aiguallut in de ochtendzon.Blogout
De waterval in de *Forau de Aiguallut* met links de *Tuca d'Aiguallut*. - BlogoutDe waterval in de Forau de Aiguallut met links de Tuca d'Aiguallut.
Uitzicht op de twin peaks van de *Pico Forcanada*. - BlogoutUitzicht op de twin peaks van de Pico Forcanada.*Colchicum montanum*, verwant aan de herfsttijloos. - BlogoutColchicum montanum, verwant aan de herfsttijloos.

Omhoog gaat het, via steenmannen. Na wat blokken belanden we op de naakte, gladgeslepen rots. Dit is de harde huid van moeder aarde, waarop we staan. Geen gerinkel, geklap, getingel en gewiebel van rotsen hier. Dit schiet redelijk op. Al is elk opstapje op een volgende plaat een lunge met rugzak op. Meer dan een uur klimmen we. Ik probeer mijn krachten te sparen, want die lijk ik niet veel meer te hebben. We gaan hard richting de 3000 meter nu en ik hap weer naar adem. Ik voel het gewicht van mijn rugzak, voor het eerst. En ik kan er niets aan doen, maar ik denk aan de Mulleres. In de voorbereiding thuis heb ik me door google laten informeren over deze pas, en ik werd er niet vrolijk van. We gaan het meemaken. Het trekt langzaam dicht, minder snel dan voorspeld. Over een ruig blokkenveld klauteren we naar het hoogste punt van de conische Tuc de Mulleres. De horizon komt steeds dichterbij, de wereld is heel klein geworden. Dan staan we bij een grote steenman: de top op 3010 meter. Berg frei! Tussen de wolken door hebben we uitzichten op vele verre Pyreneeënbergen naar het noorden en op het massief van de Aneto, dichtbij. De oostwand van de Tuc lijkt loodrecht omlaag te gaan, de wolken komen hier omhoog zetten uit het dal waar het vervolg van onze route ligt. Ik kijk niet te veel richting de col die gaat komen, maar richt me op warm aankleden, eten, drinken, herstellen.

Blogout

Twee Spanjaarden arriveren op de top. Viva España, roept Frans. Wellicht denken ze daar anders over, want ze maken een foto met de Catalaanse vlag. ¿Atsje Erre Pee? vragen ze. ¡Si!
Met frisse tegenzin ga ik Frans achterna op weg naar de col. Er te komen is al een hachelijke onderneming. Enorme blokken en lucht eronder. Dan kijken we omlaag in een gapend gat. Dat is steil! Is het hier? vraagt Frans zich af. De grote blokkenmassa maakt de graat onoverzichtelijk, maar dit is het laagste punt. We turen naar greepjes en richeltjes. Frans hangt zijn benen in het luchtledige en... komt weer overeind. Weten we zeker dat het hier is? We kijken een paar meter verderop bij een logische plek. Afgrond. We puzzelen even op de wand onder ons. Welke van de twee is het? Frans wil verder kijken. We klauteren langs de rotsplaten van een klein bultje, een zeer luchtige aangelegenheid. Weer kijken we in een afgrond. Daar! Een steenman! Een meter of vijf onder ons. Frans bedenkt zich niet langer en gaat. Het was gezellig! roep ik nog, als hij over de rand verdwijnt. De eerste passage, een paar meter maar. Ik kom erachteraan. Ik wurm mijn benen door een nauwe spleet tussen rotsplaten. Overal zijn greepjes voor de handen. Ik hou ze wel érg goed vast. Ik tuur naar beneden. Mijn wereld bestaat even uit mijn schoenzolen, een paar rotspuntjes, en daaronder het luchtledige. Ik maak minuscule stapjes. Frans geeft tips. Gelukt. Ik maak het me even gemakkelijk op een klein platformpje en zie Frans worstelen met de tweede passage. Ik volg, ook worstelend. We staan bovenaan een uiterst steil gruisveld. Hier kun je al enkele stappen zetten zonder je goed vast te hoeven houden, maar struikelen is nog steeds geen beste optie. Ik volg Frans als hij uit de vallijn van het gruis is. Niet veel later kijken we vol ongeloof omhoog naar de ogenschijnlijk onneembare vesting van steenmassa's. Zijn we hier uitgekomen? En waar dan precies? 😲

Afdaling van de *Col de Mulleres*. - BlogoutAfdaling van de Col de Mulleres.
Jeroen na de afdaling van de *Col de Mulleres*. - BlogoutJeroen na de afdaling van de Col de Mulleres.

De wereld ligt weer aan onze voeten. Letterlijk. Steenmannen brengen ons omlaag via een eindeloos blokkenveld naar de Molières, een onbemand schuilhutje. De afdaling gaat me moeiteloos af, het ene stapje volgt gewoon het andere op, door de blokkenbende. Alles lijkt vlakker dan het is, wat een ruimte! Wat de Mulleres al met je doet 🙃.

Marmotten boven een van de meren *Estanhols de Mulleres*. - BlogoutMarmotten boven een van de meren Estanhols de Mulleres.

De metalen hut praat met ons. Hij piept en kraakt terwijl hij afkoelt. Ik kook water voor ons diner, vandaag ruim vóór half negen. De voorspelde regen is nooit gekomen. Wolken komen wel op en sluiten ons in. De wereld is weer klein geworden, maar nu op een relaxtere plek.

De onbemande hut *Refugi Molières*. - BlogoutDe onbemande hut Refugi Molières.Avondeten in de *Molières*, op Nederlandse tijd. - BlogoutAvondeten in de Molières, op Nederlandse tijd.

BALLET MET DE STENEN

Ik word wakker van het licht. De zon staat op het punt om boven de bergtoppen op te komen. Terwijl ik nog lig, merk ik al dat mijn lijf niet echt zal gaan meewerken bij het opstaan. Het waren ook lange dagen. We liggen een dag voor op schema. Rustig aan dan maar. Ik wurm mijn slaapzak uit. Gelukt. Ik strompel naar de brander om koffie te maken en hijs mijn karkas in mijn kleren. Ik kreun en steun. Als ik naar buiten ga voor een plas voelt het alsof ik opnieuw moet leren lopen. Wat een acrobatiek is dat eigenlijk, lopen in de bergen. Ik maak een foto van mijn muesliontbijtje in het warme licht van de zon die net boven de bergen piept. O, mijn geweldige instagramwaardige leven 🙃.

*Refugi Molières* in het ochtendlicht. - BlogoutRefugi Molières in het ochtendlicht.Ontbijt in de ochtendzon. - BlogoutOntbijt in de ochtendzon.

Op pad! Marmottengefluit echoot tussen de wanden. We dalen af naar het hoofddal, dat we al in de verte zien. Het pad varieert tussen lekker wandelen en puin. Bergwandelen is net ballet met de blokken, zegt Frans bij de zoveelste lastige afstap. De stokken worden opgeborgen bij een technische rotsafdaling langs een waterval. Maar het voelt als een eitje in vergelijking met de pas van gisteren.

Afdaling in het *Vall de Molières*. - BlogoutAfdaling in het Vall de Molières.

We belanden in mooie weitjes met veel kruiden, de meeste al uitgebloeid. Duifkruid, gele gentiaan, engelwortel. Daarna tussen de bomen. Dennen, berk, hazelaar. Het pad blijft onverminderd blokkerig. Het staccato gekwetter van Spanjaarden heeft nu het gefluit van de marmotten vervangen. We gaan een beukenbos in met een prachtige cascade. Hele gezinnen met kinderen staan aan de waterkant. Het ís ook een prachtige plek.

Watervalletje in de *Era Ribereta*. - BlogoutWatervalletje in de Era Ribereta.Uitgebloeide Engelwortel. - BlogoutUitgebloeide Engelwortel.
Zilverdistel. - BlogoutZilverdistel.Keizersmantel op een blauwe knoop. - BlogoutKeizersmantel op een blauwe knoop.
Uitgebloeide Gele gentiaan. - BlogoutUitgebloeide Gele gentiaan.Beukenbos in het *Vall de Molières*. - BlogoutBeukenbos in het Vall de Molières.

We lopen over de túnel de Vielha. Een grote kudde schapen is uit de bergen hier naartoe gedreven, een teken dat deze zomer een aflopende zaak is. Daarna belanden we in een dicht bos waar enorme oude zilversparren hoog boven het loof van volwassen beuken uitsteken. Bij de Conangles ploffen we op het verlaten terras voor lunch, en de rest. Het was genoeg voor vandaag. Regen drijft ons naar binnen.

Reusachtige zilversparren torenen hoog uit boven volwassen beuken in het *Vall de Baravés*. - BlogoutReusachtige zilversparren torenen hoog uit boven volwassen beuken in het Vall de Baravés.
BlogoutEen enorme zilverspar tussen de beuken, vlak achter de hut *Conangles*. - BlogoutEen enorme zilverspar tussen de beuken, vlak achter de hut Conangles.

DE BURGEMEESTER EN DE BEER

De Burgemeester is een klein, gezet, kalend mannetje dat ons vriendelijk behulpzaam is, als hij ons tenmiste begrijpt. Google Translate is zijn vriend. Om vier uur wordt hij afgelost door de Beer. Groot, dik, harig, lomp, zwijgzaam. Hij kookt ons avondmaal. Hij sjoelt de borden met eten onze kant op. Wat is dit? vraagt Frans bij de tweede gang. Snijbonen. Het toetje: keuze tussen xocolata en cuaxala. Het eten is geen hoogstandje, zoals we in de voorgaande berghutten al hadden ervaren.
Bij het ontbijt is de grote attractie het Spaanse broodrooster. De snee brood is al enorm, het apparaat gigantisch. De plak brood rolt er doorheen langs een verwarmingselement en glijdt eenzijdig geroosterd van de glijbaan. Daarna mag het sneetje omgekeerd nog een rondje voor de andere zijde. Hilarisch stukje Spaanse cultuur. De koffie is ronduit smerig 😟.
We hebben een rustdag. Dat wil zeggen dat we dit allemaal nóg een keer gaan meemaken, met subtiele verschillen. Groundhog day. Als je wat langer op één plek blijft, krijg je de dynamiek van zo'n plaats beter mee, of het gebrek daaraan.
Ik loop een rondje tijdens de droge uren en als ik terugkom is het Duitse dag in de hut. Er zijn al vier Germanen binnengekomen en dan verschijnt boomlange Natasha. Ze deelt haar filterkoffie met me, negeert haar landgenoten en sluit zich gezellig bij ons aan. Ze is de Alpen zat en doet de hele HRP in haar eentje in een flink tempo met een ultralight kampeerrugzakje. Nee, verbetert ze met Duitse precisie. Mijn rugzak weegt zeven kilo. Ultralight is vanaf vijf.
De Burgemeester wordt om vier uur afgewisseld door de Beer en we zitten voor we het weten weer aan het avondeten. Wat is dit? Kikkererwten. We kiezen als toetje allebei voor xocolata. Nu moet de Beer toch wat zeggen tegen ons. Problem. One.

Blogout

ÜBERBENEN

De weersvoorspellingen zijn niet te best als we de Conangles de volgende ochtend verlaten na weer met het broodrooster gespeeld te hebben. Google Translate waarschuwt ons voor mist hoger in de bergen. We kiezen voor een kortere variant naar de Restanca en het belooft een korte wandeldag in de regen te worden. Maar het loopt anders. Al gauw snelt Natasha ons voorbij op haar überbenen. Pas als we op de pas zijn, moeten de regenjassen aan. De wind trekt baantjes over een meer. Mistflarden onttrekken het grootste deel van de wereld aan ons zicht. Een afdaling en een laatste steile klim, die bestaat uit blokken en boomwortels, een smal paadje tussen hoge planten. Het weer is herfstig en het valt me nu op dat al veel planten geel en rood beginnen te kleuren. Inmiddels is het droog geworden. Natasha zit voor de Restanca filterkoffie te zetten. De hut is vol 😬. En de volgende hut op de HRP is ook vol 😬. Wat? Deze hutten schijnen op een wandelrondje van een week te liggen dat iedereen uit Barcelona blijkbaar wil doen. Met hulp van een Nederlands stel — de eerste Nederlanders die we tegenkomen — de Spaanse vertaalkunsten van Natasha, een wankele wifi en een rammelende reserveringssite leggen we een alternatief vervolg vast via hutten waar nog plaats is. We knopen een lusje door de Aigüestortes vast aan onze HRP-route. Aufwiederschnitzel Natasha, die het dal in gaat, en we gaan weer door.

BlogoutKlim naar de hut *Restanca*. - BlogoutKlim naar de hut Restanca.

Het is bewolkt maar droog. Door de blokken gaat het omhoog naar een col. Op deze veelbelopen route is er een heus pad tussen de stenen gevormd, en dat helpt. We lopen omhoog naar de pas in de tijd die staat voor de afdaling van de pas naar de Restanca. De zon begint te schijnen en we hebben het prachtige gebied voor ons alleen. We nemen de tijd en kijken om ons heen. Veel meertjes en op de achtergrond dramatische wanden. Een koe raast klingelend de helling af, waadt door een beek en stormt weer omhoog aan de andere kant. De Ventosa is prachtig gelegen hoog boven een meer en de mooiste hut tot nu toe. We komen net op tijd voor het diner, dat al om zeven uur is. We zijn benieuwd wat voor smakeloze toestand het nu weer gaat worden. Ik doe een theorie uit de doeken, dat tapas ontstaan zijn omdat het eten in Spanje zó smerig is, dat ze er kleine porties van zijn gaan serveren. Maar nee, voor het eerst eten we heerlijk in een Spaanse hut. Olé 😃!

In de *Aigüestortes*. - BlogoutIn de Aigüestortes.In de *Aigüestortes*. - BlogoutIn de Aigüestortes.
In de *Aigüestortes*: het *Estany Clot* met daarachter de *Agulles de Travesani*. - BlogoutIn de Aigüestortes: het Estany Clot met daarachter de Agulles de Travesani.

NATTE STOK

De gapende muil van het broodrooster verwarmt de zaal. Kruidenthee? Ik ben niet ziek! mokt Frans. De koffie is tijdelijk uitverkocht. We werden wakker in een miezerende wolk. Of eigenlijk werden we wakker in een broeierige slaapzaal. We ontbijten tussen een klein groepje Fransen en veel Spanjaarden. De Fransozen hebben al het hoogste woord, de Spanjolen geloven nog niet helemaal dat ze zijn opgestaan om zeven uur. Gezien het weer hebben we geen haast om weg te komen. Het groepje Fransen bezet het voorportaal van de hut op hun eigen trage wijze (is dit een staking?) en één centimeter buiten de ingang van de hut zijn drie Spanjaarden in hun eigen rustige tempo aan het overleggen hoe ze het beste een selfie kunnen maken. Als we ons eenmaal langs alle regenpakken hebben gewurmd lopen we alleen over een somber plateau. Wolkenflarden hangen rond de wanden. Miezer bespikkelt de meertjes. Ze moeten toch gevuld blijven. De zon is vandaag zo traag als een Spanjaard in de ochtend, maar tegen de tijd dat we bij de pas zijn, breekt hij door. Op de col staan een stuk of tien Spanjaarden te drentelen. We zijn weer op het must-do rondje gekomen. Hasta la vista, en omlaag, kleine groepjes klimmende Spanjaarden tegemoet.

BlogoutDe pas *Port de Caldes* is onderdeel van de *Carros de Foc*. - BlogoutDe pas Port de Caldes is onderdeel van de Carros de Foc.

Sommige stenen zijn wat glad door de eerdere regen en op een schuine plaat schuif ik weg. In slow-motion kom ik op mijn kont terecht. Ik laat een wandelstok los en die plonst in de beek naast me. Of het gaat, vraagt Frans. Alleen een natte stok. Zonder verdere incidenten arriveren we bij de Colomers.

Afdaling naar de hut *Colomers* aan het meer *Lac Major de Colomèrs*. - BlogoutAfdaling naar de hut Colomers aan het meer Lac Major de Colomèrs.

We zijn vroeg en na een kop koffie lopen we nog het rondje van de zeven meren. Het is mooi, maar overal zijn dagjesmensen. De bewoonde wereld komt dichterbij. Terug bij de hut ben ik bezig met de InReach, arriveert er een millenial. Wat is het eerste wat hij aan mij vraagt? Is hier ook wifi? 🙃
First-timers bij het diner in deze hut zijn: (1) een servet; en (2) iets anders dan een omelet als vegetarische hap.

*Estany Long*. - BlogoutEstany Long.

ADO-SLANG

Na een ontbijt van geroosterde miniboterhammetjes, mariakaakjes en gelatinejam dalen we af door een dennendal. Het groen is nat, de wortels zijn glad. Beekjes ruisen. Ies snake. Ies not poison. Ies good for mouse.Het is prachtig. De eerste twee uur komen we bijna niemand tegen. Dan verschijnen ineens hordes dagjesmensen. De parkeerplaats is een paar honderd meter verderop. Daartegenover een hotel, waar we op het terras een tweede ontbijt nemen. De dame die het terras aan het vegen is, slaakt een gilletje. Ies snake, legt ze uit à la Manuel uit Fawlty Towers, Ies not poison. Ies good for mouse. Ies green with yellow. Frans antwoordt triomfantelijk. De kleuren van Den Haag! De ADO-slang!

Ochtendstemming in de bergen richting *Banhs de Tredòs*. - BlogoutOchtendstemming in de bergen richting Banhs de Tredòs.Blogout
Afdaling richting *Banhs de Tredòs*. - BlogoutAfdaling richting Banhs de Tredòs.

We laten de toeristen achter ons en dalen af over een heerlijk paadje door een dicht bos. Zilversparren verschijnen, daarna veel hazelaar. We komen alleen wat paddestoelenzoekers tegen. Hun mandjes zijn nog bijna leeg. Het is geen goede dag, maken ze duidelijk.
Later belanden we op de bodem van een stuwmeer. Althans, volgens mijn navigatie-app. In de praktijk staat het meer bijna droog. Het ruikt muf, spruitjes, zeelucht. Vóór ons wordt het modderig en er ligt een massa dode planten. Frans zet nog wat moedige stappen door de modder. Het is net wadlopen. Maar snel draait hij om. De spruitjesblubber zit tot aan zijn broekspijpen 😃. We vinden een alternatieve route naar beneden. In Salardú checken we in bij ons hotel. Hier hebben we een rustdag en we doen inkopen voor onze laatste etappes. En we eten alles wat we kunnen.

Afdaling richting het dorp *Tredòs*. - BlogoutAfdaling richting het dorp Tredòs.Lijsterbes. - BlogoutLijsterbes.Blauwe distel. - BlogoutBlauwe distel.
Afdaling door een bos van hazelaars. - BlogoutAfdaling door een bos van hazelaars.Oud huis in *Tredòs*. - BlogoutOud huis in Tredòs.

NICHT GANZ EINFACH

In een nog stil hotel krijgen we een speciaal tweepersoons ontbijt om zeven uur. Met moeite kauw ik een croissant weg, eet een perzik en lepel een klein bekertje yoghurt leeg. Ontzet kijk ik naar de stapel cakejes en andere lekkernijen die speciaal voor ons zijn neergezet. Als jullie nog meer willen, dan roep je me maar, zegt de ober. Ik ben een groot ontbijter en we lopen vandaag een zeer fikse etappe, maar na twee avonden all you can eat in het restaurant van het hotel kan ik bijna geen eten meer zien.
De dag begint met een klim van 1400 m naar de top van de Tuc de Marimanha. We lopen door een skigebied, voor het eerst. We worden half verblind door de opkomende zon, waar we recht tegenin lopen, dus veel van het uitzicht ontgaat me. Voorbij het Moët chalet gaan we weer de natuur in, een dennenbos. We pauzeren aan een meertje. We klimmen al drie uur, maar ik heb nog steeds geen trek. Pas tijdens de lunchpauze, onderaan de laatste steile klim naar de top, lijkt het me verstandig maar eens wat te eten.

Boven het dorp *Baquèira*. - BlogoutBoven het dorp Baquèira.Het *Estancy de Baix de Baciver*. - BlogoutHet Estancy de Baix de Baciver.Het *Estancy de Dalt de Baciver* met op de achtergrond het *Maladeta*-massief. - BlogoutHet Estancy de Dalt de Baciver met op de achtergrond het Maladeta-massief.
Richting de *Tuc de Marimanha*. - BlogoutRichting de Tuc de Marimanha.

Het is een supersteile klim over een grashelling. Het voelt als traplopen. Een flinke steen dondert naar beneden en klapt hard op een blokkenveld. We zijn blij dat het goed weer is. Er staan nauwelijks steenmannetjes om ons de weg te wijzen en een pad is niet te bekennen. Het gebied dat we nu ingaan staat bekend als heel eenzaam. We zijn tot nu toe twee krasse knarren tegengekomen die een dagwandeling maken, verder niemand.

Naar de top van de *Tuc de Marimanha* over steil, ongebaand terrein. - BlogoutNaar de top van de Tuc de Marimanha over steil, ongebaand terrein.

Vlak bij de top van de Tuc komen we op de kam en nemen nog een steil stukje blokken omhoog. Dan staan we — eindelijk — op het hoogste punt op de blokkenmassa. Nicht ganz einfach, zou in een Duits gidsje staan, doceert Frans. Geweldige uitzichten rondom op deze warme en heldere dag. Indrukwekkend is het Aneto-massief, dat in volle glorie te zien is. Er is bijna geen spoor van menselijke bewoning te bespeuren. Hier en daar zien we een weggetje, een kudde koeien, een bergstation van het skigebied. Niet ver weg zoekt een gier de thermiek. De uitzichten in de wandelrichting zijn veelbelovend, ruig.

Op de *Tuc de Marimanha*. - BlogoutOp de Tuc de Marimanha.
Uitzicht richting de *Refugi d'Airoto* vanaf de  *Tuc de Marimanha*. - BlogoutUitzicht richting de Refugi d'Airoto vanaf de Tuc de Marimanha.

Een stuk graatwandeling volgt. We zoeken onze luchtige weg over de blokken op de graat, of vlak eronder op de steile helling over een soort paadje. Zo passeren we wat topjes en pasjes. Dan bereiken we de coll d'Airoto. Hier wordt het pas echt interessant. Onder ons strekt zich een ruig, onoverzichtelijk, stenig dal uit met een groot en een klein meer. We zijn net boven de boomgrens. Een open bos van dennenbomen bedekt de lagere delen. Tussen de bomen moet ook ergens onze hut staan. Maar daar zijn we nog niet. Hoe gaan we erheen? De kaart, de routebeschrijving en het terrein geven een verschillend beeld. We ontdekken een smal paadje dat steil naar beneden kronkelt over het gras en de stenen. We volgen het en belanden bij het eerste meertje. Dit is niet de HRP, maar die gaat niet langs de hut. Hoe verder? We doen wat verkenningen over het ruige terrein maar ontdekken geen echte paden. Een tamelijk rechte lijn naar de hut dan maar. We volgen spoortjes, van dieren waarschijnlijk, door de wildernis. Het is hier prachtig. Het voelt als the middle of nowhere. Als ik hierover blog, durft er nooit meer iemand met ons mee.Het is zo stil, dat we hoog boven ons een zweefvliegtuig horen vliegen. Hoe zullen we het grote meer passeren? We overleggen. Linksom. Rechtsom. Het wordt linksom. Een kudde van tien gemzen vlucht over de gigantische blokkenmassa onder en vóór ons. In een oogwenk zijn ze uit het zicht verdwenen. Zo moet het! Wij volgen en belanden tussen enorme blokken. We klimmen op en af, stappen, grijpen. Het is lastig voortgang maken hier. Er is soms wat acrobatiek voor nodig. Ik ben geen 25 meer! moppert Frans. Als ik hierover blog, durft er nooit meer iemand met ons mee, zeg ik. We kiezen onze weg zorgvuldig en belanden aan de andere kant van de golvende blokkenzee in makkelijker terrein, tussen de dennen, maar nog steeds in wegloses gelände. Waar we de HRP verwachten, vinden we inderdaad een paadje van twee schoenen breed. Wat loopt dat makkelijk! De onbemande Airoto duikt op, een metalen oranje driehoek, van binnen van hout. Tot onze verrassing treffen we er twee Amerikanen die ook de HRP lopen, maar ons niet kunnen vertellen of ze naar het oosten of westen gaan, en twee Spanjaarden. Het is al Nederlandse etenstijd, ik kook noedels. Het Spaanse stel maakt er een romantisch avondje van en zijn uren bezig een diner en kampvuur voor te bereiden. Het wordt donker, de sterrenhemel is schitterend. De zuidoostelijke hemel wordt verlicht door een vuurwerkshow van ver onweer.

Afdaling vanaf de *Tuc de Marimanha* over de kam. - BlogoutAfdaling vanaf de Tuc de Marimanha over de kam.Veldgentiaan. - BlogoutVeldgentiaan.
Afdaling vanaf de *Coll d'Airoto*. - BlogoutAfdaling vanaf de Coll d'Airoto.
We bekijken het terrein rond het *Estany d'Airoto*. - BlogoutWe bekijken het terrein rond het Estany d'Airoto.Gemzen vluchten weg over het blokkenveld. - BlogoutGemzen vluchten weg over het blokkenveld.
Weer op een pad naar de hut *Airoto*. - BlogoutWeer op een pad naar de hut Airoto.
De onbemande *Refugi d'Airoto*. - BlogoutDe onbemande Refugi d'Airoto.

RONNY DE PATOU

Om half negen geef ik Frans een voorzichtig schopje tegen de voetzolen. Dat werkt. Uitgeslapen eten we aan de picknicktafel tussen de Airoto en de grote dennenboom. Het is licht bewolkt, maar aangenaam weer. Een relatief korte wandeldag vandaag. We beginnen een rustige klim naar de col del Clot de Moredo. 's Nachts had ik wakker gelegen van mijn benen, die voelden alsof ze met tijgerbalsem waren ingesmeerd, een effect van het lastige blokkenveld. Maar nu gaat het weer prima. We lopen vandaag over een pad, dat helpt.

De bossen en bergen rondom de hut *Airoto* - BlogoutDe bossen en bergen rondom de hut AirotoBosbessen in herfstkleur. - BlogoutBosbessen in herfstkleur.Blik op het *Estany d'Airoto*. - BlogoutBlik op het Estany d'Airoto.

Op de pas kijken we nog éénmaal terug op het schitterende, wilde dal. Voor ons liggen nieuwe uitzichten, heel andere. Nieuwe soorten stenen. Grasland met kruiden, veelal verdord. Jeneverbessen, brem, distels, af en toe een boompje. De sfeer voelt mediterraan hier. We belanden op een ruwe steenslagweg naar een piepklein gehucht. Vanuit de wildernis zijn we in afgelegen boerenland beland. We lopen door een met berken, populier en hazelaar begroeid dalletje, waar onder ons een beekje naar beneden schuimt over een bedding van grote, groene keien. Allerlei soorten vlindertjes zitten op bloeiende kruiden, en op mijn sokken tijdens een pauze. We eten bosbessen, bramen, pepermunt en proeven van rijpe jeneverbessen. Kruidig, smaakvol, pittig.

Vanaf de *Col del Clot de Moredo* naar het dal richting *Alós d'Isil*. - BlogoutVanaf de Col del Clot de Moredo naar het dal richting Alós d'Isil.Op de *Col del Clot de Moredo*. - BlogoutOp de Col del Clot de Moredo.
Afdaling richting *Alós d'Isil*. - BlogoutAfdaling richting Alós d'Isil.Jeneverbessen. - BlogoutJeneverbessen.Blauwtjes op mijn sok. - BlogoutBlauwtjes op mijn sok.
Afdaling richting *Alós d'Isil*. - BlogoutAfdaling richting Alós d'Isil.

Zo lopen we Alós d'Isil binnen, een prachtig klein stenen dorpje waar we meer honden dan mensen zien. Via een vrijwel verkeersloos asfaltweggetje arriveren we bij ons overnachtingsadres, de Fornet, een geweldige plek. Op het terras liggen een aantal honden te chillen. Wij gaan ook zitten chillen. Dan verschijnt achter Frans een enorme, blonde gestalte 😲. De grootste hond die ik ooit van dichtbij heb gezien komt aangesjokt. Is dit een patou? vraag ik aan de huttenwaardin, niet helemaal gerust. Yes, is patou. Name is Ronny. De grote vriendelijke hondenreus gaat naast ons liggen op het terras en negeert ons verder. We blijken in het leefgebied te verkeren van een dertigtal bruine beren. Zolang we op het terras zitten, zal Ronny ons beschermen 😎.

In *Alós d'Isil*. - BlogoutIn Alós d'Isil.In *Alós d'Isil*. - BlogoutIn Alós d'Isil.
In *Alós d'Isil*. - BlogoutIn Alós d'Isil.De deurmat van de *Refugi del Fornet*. - BlogoutDe deurmat van de Refugi del Fornet.
Ronny, 60 kg Pyrenese Berghond. - BlogoutRonny, 60 kg Pyrenese Berghond.De jongste bediende van de *Fornet*. - BlogoutDe jongste bediende van de Fornet.

BERENBEL

In drieënhalf uur zijn we meer dan 1100m geklommen. We liepen rustig, maar voor het eerst zijn we sneller dan de wandeltijd in het gidsje. Oefening baart kunst. Hoog tijd voor een pauze en wat reepjes. We zitten op de eerste col van de dag, de Cornella. Er volgen er nog twee.
Om zeven uur ging de wekker en Ronny baste buiten alvast de beren weg. We klommen over een hek aan het begin van de klim, die steil was. Een smal paadje leidde ons door bos van hazelaar, berk en den. Brem en jeneverbes streken langs onze benen. Het bos werd afgewisseld met drassige open plekken. Er waren veel sporen van koeien, we hoorden er ook een in het bos. Er kwamen twee wandelaars naar beneden. Bij de boomgrens keken we uit over een wilde vallei met steile begroeide wanden. Hier zitten ze, fluisterde Frans. Dit is een berendal. Hij speurde de hellingen af. Geen beren die broodjes smeren.

Klim naar de *Col de la Cornella*. - BlogoutKlim naar de Col de la Cornella.Klim naar de *Col de la Cornella*. - BlogoutKlim naar de Col de la Cornella.

Daar waren ze weer, onze grote vrienden de blokken. Er liep een soort van pad doorheen, dat viel weer mee. Een oudere man kwam ons tegemoet. Hij had een berenbel aan zijn rugzak hangen. We passeerden het skelet van een koe. Dat moet een lekker hapje zijn geweest voor de gieren.
Vanaf de pas gaat het steil omlaag. Wat is dit voor spul, leisteen? Gladde plaatjes die in de verkeerde richting wijzen, omlaag. Weinig greepjes. Gruis op stoffige grond. Scherpe, afgebroken laagjes waar je je aan kunt openhalen. Leuk spul om dakpannen van te maken, maar het maakt de voortgang niet eenvoudiger. Dan maar rustig aan omlaag.

In de klim naar de *Col de la Cornella*. - BlogoutIn de klim naar de Col de la Cornella.Afdaling van de *Col de la Cornella*. - BlogoutAfdaling van de Col de la Cornella.

We zijn in een hoog, leeg, grassig dal met wat meertjes. Het waait stevig. Er was slecht weer voorspeld voor de middag, maar het ziet er nog prima uit. We horen koebellen, maar we zien de beesten nog niet. We willen onze watervoorraad aanvullen bij een meer dat vol zit met onvolgroeide kikkers — er zit nog een staart aan. Ik haal mijn waterfilter tevoorschijn. Voor het eerst deze reis vinden we het nodig, wegens alle veesporen in de omgeving. Helaas, er zit een piepklein gaatje in de waterzak dat al snel uitgroeit tot een scheurtje. Dag filter. Geen water. We lopen door en stuiten binnen twee minuten op een bron 😃. Pas op, het is glad, waarschuwt Frans, en hij glijdt zelf weg.

Op weg naar de *Coll de Calberante*. - BlogoutOp weg naar de Coll de Calberante.

De tweede pas is snel bereikt. We kijken om naar de eerste. Een deukje in een rotsige, steile bergwand, meer zie je er niet van. De derde volgt na een korte klim. Prachtig uitzicht voor ons op een ruig dal met meertjes. De onbemande Pujol is nog niet in zicht.
We passeren een bord met een hond erop afgebeeld. Distancia prudential, daar eindigt de tekst mee. Mijn Spaans is goed genoeg. Nog geen schaap te zien. Misschien zijn ze er niet vandaag.
We belanden in een onoverzichtelijke helling op iets wat misschien niet het officiële pad is. Overal zijn gepolijste rotsplaten met mooie patronen. We dalen af door een steil kloofje. Een beekje ruist omlaag en maakt watervalletjes. Kikkers springen links en rechts weg. Af en toe klimmen we een klein stukje af. Steeds als we een eenvoudig pad bereikt denken te hebben, volgt er weer een lastige afstap.

Kikker bij het *Estany Major de la Gallina*. - BlogoutKikker bij het Estany Major de la Gallina.Cascade in de afdaling naar de hut *Enric Pujol*. - BlogoutCascade in de afdaling naar de hut Enric Pujol.Alpenklaver. - BlogoutAlpenklaver.

Er staan wat schapen bij de hut, maar een patou ontbreekt. Wel zien we een paar mensen. Een Spaans stel. Een Nederlandse trailrunner. We claimen onze bedden. Een clubje Spanjaarden. Nog een Nederlandse hardloper. De hut zit vol. Drie keer drie stapelbedden liggen vol met spullen en met enkele mensen. Wat een onverwachte drukte!
Vijf Spanjaarden en vier Nederlanders is de eindstand. Die laatsten eten op tijd en gaan al slapen als de Spanjaarden nog achter de hut aan het eten zijn. De deur staat open voor de nodige frisse lucht. Uiteindelijk komt ook de laatste localo binnen... en trekt de deur van het hutje achter zich dicht. Ai, caramba! 😬

Uitzicht vanaf de *Refugi Enric Pujol*. - BlogoutUitzicht vanaf de Refugi Enric Pujol.Interieur van de *Pujol*. - BlogoutInterieur van de Pujol.

PLAN B

Een stoomcabine! Een mortuarium! zijn wat termen waarmee Frans de volgende ochtend de Pujol karakteriseert. Vóór zeven uur staan we op en de deur gaat gelijk open. Eén van de Spanjaarden ligt te snotteren en te snuiten. Wegwezen maar 😬.
De rotsen zijn glibberig van nachtelijke miezer. Heel voorzichtig dalen we af. Ik draai me om. Frans, deze rotsen zijn glad. En ik glij zelf uit. We zijn op weg naar de Certascan, de laatste hut op de HRP van ons tochtplan. Het is zwaar bewolkt. Wolkenslierten hangen om de hellingen. Er is regen voorspeld, en voor morgen veel meer regen.
De rotsen drogen op en we belanden in een mooi bos van den en berk. Veel herfstkleuren. Varens op de bodem. Rotspartijen. Wolken stijgen op.
Eens kijken of we hier bereik hebben, zegt Frans op een plek waar we uitzicht hebben op een hoofddal. Het lukt ons een nieuw weerbericht op te halen. Niet best. Wat zijn de opties? Al snel besluiten we niet naar de tussen hoge pasjes gelegen Certascan te gaan, maar een punt achter de HRP te zetten, en wel op deze plek. We kunnen de Franse grens over op een lage col en vervolgens veilig en op tijd weer op weg naar huis. Het is mooi geweest. Plan B brengt ons omhoog naar de grens, de wolk in. Het begint te miezeren.
In Frankrijk is het droog en maken we een lange, prachtige afdaling door een mosbos naar een gîte d'étape in een dorpje aan de GR10. Terug in de bewoonde wereld. We lopen nog twee dagen op zoek naar een treinstation en belanden in het dorp Aulus-les-Bains. Om zeven uur 's ochtends worden we gewekt door het carillon van de église, met het deuntje van zie ginds komt de stoomboot. Twee mannen van 48 beginnen hun dag met het meezingen van een sinterklaasliedje. Daarna gaan ze nog een dagje buitenspelen, tot ze uiteindelijk weer worden thuisgebracht door de TGV.

Ochtendstemming in de afdaling vanaf de *Pujol*. - BlogoutOchtendstemming in de afdaling vanaf de Pujol.Afdaling vanaf de *Port de Marterat* naar *Saint-Lizier*. - BlogoutAfdaling vanaf de Port de Marterat naar Saint-Lizier.Slecht weer op komst. - BlogoutSlecht weer op komst.
Een berk in eerste herfstkleuren. - BlogoutEen berk in eerste herfstkleuren.Klim naar de *Port de Marterat*. - BlogoutKlim naar de Port de Marterat.

HAUTE RANDONNÉE PYRÉNÉENNE, HET PLAN

Over de volledige lengte van de Pyreneeën, tussen de Atlantische en de Middellandse Zeekust, lopen drie grote wandelroutes . Aan de Franse kant de GR10, aan de Spaanse de GR11, en daartussen, veel hoger in de bergen blijvend, de Haute Randonnée Pyrénnéenne (HRP). Dit zijn alle drie wandelingen waar je wel een week of zes à acht zoet mee bent. Bijzonder aan de HRP is, dat deze geen vastgelegd traject heeft en niet is gemarkeerd. Wel zijn er gidsjes die de tocht beschrijven. Wij gebruikten The Pyrenean Haute Route .
Ons tweeweeks plan voor een huttentocht omvat het spectaculaire HRP-traject tussen de hutten Soula en Certascan, goeddeels aan de Spaanse kant van de grens. We bereiken onderweg slechts éénmaal echt de bewoonde wereld (Salardú, dorpje met toeristische voorzieningen en doorgaande weg). De tocht bevat de hoogste pas van de hele HRP (Col Inférieur de Literole, 2983m), de technisch wellicht meest lastige passage (Col de Mulleres/Molières, 2935m), enkele overnachtingen in onbemande hutten en het deel van de HRP met de minste toeristische voorzieningen (oostelijk van Salardú). Deze tocht is geschikt voor ervaren bergwandelaars met een goede conditie en navigatievermogen.
De eerste drie weken van augustus is het hoogseizoen en is het op bekende plekken druk. Bovendien kan het hartje zomer bijzonder warm zijn, vooral aan de Spaanse kant. Deze periode vermijden we. Aan het eind van de zomer is de kans op uitgebreide sneeuwvelden rond de passen bovendien het kleinst. We hadden de informatie dat rond de cruciale passen geen hinderlijke sneeuw meer lag, dus pickel en stijgijzers blijven thuis.
De HRP is in het naseizoen een tamelijk eenzame aangelegenheid. We kwamen misschien enkele mensen per dag tegen. In de weekenden kan het druk zijn met dagwandelaars op goed bereikbare plekken (die zijn er veel) en in de hutten. De hutten Restanca en Colomers liggen op een bij Spanjaarden ook buiten het hoogseizoen immens populaire wandelroute, Carros de Foc. Reserveren van de overnachtingsplekken is aan te raden. Ten opzichte van het Cicerone-gidsje is er een gîte bijgekomen in Alós d'Isil, een piepklein plaatsje zonder verdere voorzieningen.
De berghutten zijn vaak eenvoudig, zo ook de maaltijden die er geserveerd worden. Aan verwarming wordt niet gedaan. Meestal slaap je op een lager.

Blogout